Hoe wijkprofessionals zichzelf zien

Op wijkniveau in steden doen zich allerlei multidimensionele problemen voor. Dat zijn problemen die ontstaan en in stand gehouden worden door een samenspel van vele factoren. Ze zijn vanuit één organisatie onoplosbaar. Een herinrichting van straten en pleinen alleen zal het niet oplossen. Sportieve activiteiten organiseren voor jongeren, armoede aanpakken, werkgelegenheid voorzien, als politie daadkrachtig optreden, als alleenstaande actie allemaal onvoldoende. Naast elkaar werken in een wijk, is niet krachtig genoeg.

De oplossing van zogenaamde wicked problems is samenwerking onder professionals. Voor de wijkwerking Kiel in de stad Antwerpen mocht ik een facilitatie doen van een samenwerkingsdag. Als kader voor het opzetten van het programma gebruikte ik mijn visie op gelaagde professionele identiteit. Ik was namelijk nieuwsgierig hoe professionals hun identiteit construeren als ze in één wijk werken.

“We zijn overbevraagd binnen onze eigen dienst; daar hebben we al werk genoeg mee" zei een sociaal werker jeugd. “ik heb getwijfeld want er stond deze namiddag ook een vergadering gepland" zei iemand van cultuur. Er zijn dus redenen om niet te komen: je eigen organisatie is belangrijker. Bovendien, belangen van organisaties staan soms tegenover elkaar. De politie die repressief is terwijl een jeugddienst gedoogbeleid toepast bijvoorbeeld. Veel redenen om niet samen te werken op wijkniveau !

Stap 1: Verwelkoming en pleidooi; stoelen in theateropstelling
Ik startte met een pleidooi. Om samen te werken op wijkniveau moeten de wijkprofessionals hun identiteit anders definiëren. Professionals zien zichzelf als specialisten in een bepaald domein. Ze volbrengen hun functie in hun eigen organisatie. Zonder dat ze er erg in hebben zijn ze verkokerd en symptomatisch bezig met de wicked problems. Er is gelaagdheid nodig in ieders bewustzijn. De wijk is het groter geheel waar elke professioneel zich ook mee te verhouden heeft. Ik vroeg me af: wat is de kracht van jouw werk als je geen verbinding hebt met de wijk als geheel? Is de wijkbetrokkenheid wel aanwezig, dan spreek ik van ‘deep evolvement’: vanuit je passie en talent betrokken zijn op de ontwikkeling in het groter geheel.

Ik was nieuwsgierig of de professionals zich verbonden voelden met de wijk en de andere collega’s die ook in de wijk werken. Het doel was om de wijk als groter geheel in ieders beleving sterker te activeren.

If you are not a part of the solution, you are a part of the problem.
- Eldridge Cleaver

21 mei, Utrecht: samen nadenken over de gelaagdheid van professionele identiteit

Stap 2: hoe verhoudt je je met de wijk?

In zeven groepen werden ontwikkelcirkels gefaciliteerd door medewerkers van de stad Antwerpen. Iedereen beantwoordde drie vragen:

  1. Hoe verhoud jij je met de wijk KIEL? Woon je er? Zo niet, wat heb je ermee? Hou je ervan?
  2. Wat motiveert je om je werk in deze wijk te doen? Waar sta je voor? Wat drijft je? Welk verschil wil je maken?
  3. Waar is jouw droombeeld van de wijk? Welke kenmerken heeft de droomwijk? Welke metafoor, beeld of analogie leeft in je rond de droomwijk?

Stap 3: samen reflecteren over een beeld van de wijk, in de grote groep met visual harvesting

Het was opvallend dat de meeste professionals goed konden benoemen wat de kenmerken van een droomwijk zijn: bruisend, verbinding, eigenheid, samen, potentie. Minder makkelijk was het om een metafoor te bedenken. De jungle en het mierennest legden het af tegen de metafoor van de ‘braderie’ (misschien niet toevallig ook één van de jaarlijkse trekpleister in de wijk). De winnaar was een panda. Niet alleen omdat het lief is, maar omdat het contrasten in zich draagt en je ervoor moet vechten om het in leven te houden. Men voelt zich als Kiel vaak uitgesloten en tegelijk hoort men erbij. De goede kanten van de wijk Kiel worden vaak niet gezien. De wijk heeft potentialiteit en moet in zijn waarde verdedigd worden. Misschien is de panda wel leuker dan de mascotte die in de wijk al langer bestaat, ’de Kielse rat’.

Stap 4: thema's van samenwerking, subgroepen geleid door professionals van de wijk

In de namiddag werd er in subgroepen thematisch gewerkt rond betere samenwerking onder professionals. Gelukkig vergleden de professionals niet meteen in goede voornemens en actieplannen. Het is de verbondenheid dat werd geëxploreerd. De voornaamste conclusie leek dat het fundament van wijksamenwerking ligt in de anderen persoonlijk kennen. Heb je iemand al eens ontmoet, dan ga je vlugger contact opnemen met andere diensten, met mensen die plots het gezicht werden van die diensten. Zo zag ik de aanwezige politie telefoonnummers uitwisselen met allerlei mensen, blij dat ze elkaar voortaan zo snel kunnen bereiken. Het is niet de sociale kaart, ergens op een website, die de wijksamenwerking bevordert. Niet de systemen, niet te technische vergadering, maar de warme informele verbinding maakt het verschil. “Nu weet ik wie ik kan contacteren” zei iemand van cultuur.

Stap 5: charter van samenwerking, in één grote kring

We eindigden de dag met één grote cirkel. Zo kan iedereen het gevoel meenemen dat ze tot één geheel behoren.

Wat daarmee gebeurt op zo’n dag is precies het patroon dat we in wijken meer willen zien: het opbouwen van sociaal weefsel waardoor mensen zich gesteund voelen. Gezamenlijkheid schept hoop, moed en veerkracht.

Om de winst van deze dag te verankeren, maakten we een charter van samenwerking met voorlopig deze punten:
• Elkaar meer informeel ontmoeten, bijvoorbeeld boterhammen opeten in een park of een café moment afspreken.
• Elkaar meer durven aanspreken op iets en zelf ook aanspreekbaar zijn. Een open deur zetten is niet genoeg, je moet actief naar andere diensten uitreiken.
• Een WhatsApp groep die speciaal dient om vragen te stellen aan en successen te delen met de collega’s uit andere diensten.
• Veel meer mensen in de wijk, inwoners en collega’s goeiendag zeggen.
• Het bewustzijn dat de wijk ieders groter geheel is, vasthouden en dat ter sprake brengen bij de collega’s in de eigen organisatie.

Reflectie als facilitator


  • Een valkuil van worldcafé en open space is de 'hoge energie'. Gezellig dialogiseren en nadien gebeurt er niets. Resultaten moeten geborgd worden in een langere termijn ondersteuning. Dat gebeurt hier via het charter, via de visuals en via de stadsmarinier die daarvoor aangesteld is. Hij is de aanjager van de samenwerking op wijkniveau.

  • Overvloedig overleg vooraf is noodzakelijk. We stemden af op drie zaken: vermijd probleemtaal; vermijd verantwoordelijkheid buiten onszelf leggen (slachtoffergedrag) en vermijd het te snel overgaan op acties en oplossingen. De voorbereiding was een stukje educatie van de sfeer die we op dit soort dag willen: ontmoeten, leren, reflecteren, ontwikkeling in beeld brengen.

  • Als facilitator van de dag begeleidde ik geen subgroep. Ik liep tijdens de subgroepen rond. Dat gaf me ruimte om te voelen, overzicht behouden en snel bij te sturen.

  • Deze ervaring leert me wat de grootste bijdrage is van het deep evolvement denken. De opdrachtgevers willen samenwerking bevorderen via een soort teambuildingsfeer en het bespreken van samenwerkingsthema's. Ze zien het belang niet om een gemeenschappelijk groter geheel in beeld te brengen, professionals zich daarmee te laten verhouden en dat centraal te stellen in ieders aandacht.

  • Vele collega's zien een facilitator als iemand die zich niet moeit met de inhoud. Dat doe ik juist wel. Ik heb meermaals mijn passie laten horen zodat de kernboodschappen herinnerd wordt: 1. het groter geheel, de wijk, zou in je aandacht eerst moeten komen, daarna je specialiteit en je eigen organisatie. 2. stop met problemen in wijken op te lossen, breng de identiteit van de wijk in beeld en ontwikkel het.

Rudy Vandamme, Ph.D.
connect@deepevolvement.com

21 mei, Utrecht: Samen nadenken over professionele identiteit
fix